Hoe, Wat en Waarom
Op Thanksgiving wordt herdacht hoe de Pilgrims in 1621 voet aan land zetten nabij Plymouth. De Pilgrims waren religieus geïnspireerde kolonisten die het intolerante Engeland, waar buiten de Anglikaanse staatsgodsdienst geen andere religies waren toegelaten, ontvlucht waren. Ze waren eerst naar Nederland gevlucht, maar waagden uiteindelijk de tocht over de Atlantische Oceaan in de Mayflower. Het schip vervoerde 102 passagiers waaronder 40 Pilgrims. In de eerste winter na de aankomst in Noord-Amerika stierf zowat de helft van de kolonisten. De rest kon overleven door het uitwisselen van know-how en goederen met de Indianen.
De Amerikaanse traditie associeert de feestdag met een feest dat door de Pilgrim Fathers zou zijn gevierd in 1621 toen zij in Plymouth in Massachusetts een nederzetting hadden gesticht.
Ze werden daar geconfronteerd met erg barre weersomstandigheden. Zeker de strenge winters waren ze niet gewoon. Dit gaf enorme problemen met het telen en oogsten van hun voedsel.
Er wordt beweerd dat de indianen die daar woonden hen leerden hoe ze mais en pompoenen konden verbouwen en hoe ze kalkoenen konden kweken. Heel waarschijnlijk redde dit het leven van de pilgrims, die als dank na de oogst een groot feest hielden. Ook de indianen waren daarop uitgenodigd.
Veel van de verhalen omtrent de Amerikaanse Thanksgiving zijn mythes die zijn ontstaan aan het eind van de 19de en begin van de 20ste eeuw in een poging een algemene nationale identiteit te scheppen in de naweeën van de Amerikaanse Burgeroorlog en in de smeltkroes van nieuwe immigranten.
Triest
Vooral de oorspronkelijke bevolking, de verschillende Indianenstammen, ziet deze feestdag tegenwoordig niet als een dag waarop men dankbaar moet zijn, maar beschouwt het als het begin van een tragisch proces waardoor zij hun land kwijtraakten, en hun populatie werd gedecimeerd. Ieder jaar op Thanksgiving Day komen Wampanoags en andere indianen samen in Plymouth voor het herdenken van hun "nationale rouwdag". |