 |
De jaren rond 1840 werd het Halloweenfeest door Ierse emigranten naar Amerika gebracht.
De gewoonte rond "trick-or-treat" (zeg: trikkor-triet, het betekent zoiets als "geef me iets lekkers of ik neem je te grazen") komt helemaal niet van de Kelten, maar van een negende eeuwse Europese gewoonte. Op 2 november (Allerzielen) gingen de vroegere Christenen al lopend van dorp naar dorp overal bedelend om "zielen cake" (brood met krenten). Hoe meer cakejes een bedelaar kreeg, hoe meer gebeden deze beloofde te doen voor de dode familieleden van de gevers. Men geloofde dat de gebeden, zelfs van vreemden, de doden zouden helpen hun weg te vinden naar de hemel.
De traditie rond de lampion (een Jack-o-lantern in het Engels) komt waarschijnlijk uit een Iers volkslied. Het verhaal gaat dat Jack, een dronkaard en een bedrieger, de duivel had bedrogen en door hem in een boom te laten klimmen. Jack had een kruis op de boom getekend zodat de duivel in de boom gevangen zat. Als de duivel Jack niet meer lastig zou vallen, zou Jack hem weer vrij laten.
Toen Jack dood was, mocht hij niet naar de hemel omdat hij zo slecht was geweest. Maar hij mocht ook niet naar de hel omdat hij de duivel had belazerd. In de plaats daarvoor gaf de duivel hem een enkel gloeiend houtje om zijn weg door het enge duister te verlichten. Het gloeiende houtje zat in een uitgeholde knol om het langer te laten gloeien.
De Ieren gebruikten vroeger knollen als lantaarns. Toen de immigranten in Amerika kwamen, ontdekten ze echter dat pompoenen veel mooier zijn dan knollen om als lantaarn te gebruiken. Dus de lampionnen in Amerika werden uitgeholde pompoenen met een gloeiend lichtje erin.
|